Introductie
Tijd is een schaars goed geworden. Alles moet snel, medewerkers houden talloze bordjes tegelijk in de lucht en prioriteiten worden almaar dwingender. In tijden van verandering kan die tijdsdruk een belangrijke bron van schijnbare weerstand zijn. De vraag is: toont iemand die "geen tijd" heeft echt weerstand, of ligt de oorzaak ergens anders?
"Ze willen gewoon niet" — of toch niet?
U kent de reactie wellicht: "Hier heb ik geen tijd voor!" Of subtieler — er wordt niets gezegd, maar deadlines schuiven en afspraken worden niet gehaald. Als leidinggevende is de conclusie snel getrokken: deze persoon is tegen de verandering. Maar voor u dat besluit, loont het om naar de werking van ons werkgeheugen te kijken.
Ons werkgeheugen is beperkt
Net als zoveel dingen is de capaciteit van ons werkgeheugen beperkt. Die capaciteit wordt grofweg over drie soorten taken verdeeld: een deel verwerkt de prikkels van onze zintuigen (wat ik zie, hoor, voel), een tweede deel voert de taak uit waarmee we bezig zijn (een mail beantwoorden, een machine bedienen, een vergadering volgen), en wat overblijft is beschikbaar voor leren op lange termijn en het veranderen van gedrag.
En daar wringt het: wanneer iemand tijdens het normale dagelijkse werk al die capaciteit volledig opgebruikt, blijft er niets over om zich een nieuwe manier van werken eigen te maken.
De volle emmer: waarom de verandering niet landt
De verandering — en alle verwachtingen die ermee gepaard gaan — wordt dan als het ware in een overvolle emmer gekapt. Het resultaat: de emmer loopt over en er gebeurt niets. Die inactiviteit interpreteert u misschien als weerstand, terwijl ze in werkelijkheid samenhangt met de hoeveelheid beschikbare tijd, of het gebrek eraan.
Tijd maken = breincapaciteit vrijmaken
Nieuwe manieren van werken en denken vragen capaciteit van ons brein. Door bewust tijd te maken, maakt u die capaciteit vrij. Doe dus de check: krijgen uw medewerkers voldoende tijd om zich aan te passen aan de gewijzigde verwachtingen? Soms is "ruimte maken" — letterlijk iets anders even laten vallen — de krachtigste interventie tegen schijnbare weerstand.
Uw concrete actiepunten
Lees "geen tijd" niet automatisch als onwil; toets eerst of het een capaciteitsprobleem is.
Maak expliciet ruimte vrij voor het aanleren van nieuw gedrag, in plaats van het er bovenop te leggen.
Verlaag tijdens de transitie tijdelijk de andere belasting, zodat er breincapaciteit overblijft om te leren.
Behandel weerstand als waardevolle data: de vraag "heb ik hier wel tijd voor?" vertelt u iets reëels over uw aanpak.